Externe beoordelaars machteloos bij controle Uniform Herstelkader rentederivaten

12 juli 2019. Tijdens een op 14 juni 2019 gehouden zitting van de Accountantskamer van de Rechtbank Zwolle bleek dat Externe Beoordelaars bij het Uniform Herstelkader nauwelijks zinvolle controle uitoefenen, ondanks het feit dat deze beoordelaars (Deloitte, PwC en EY) daarvoor samen een kleine €400 miljoen ontvangen.

Namens een bij Swapschade aangesloten ondernemer was een klacht tegen de voorzitter van Price-Waterhouse-Coopers ingediend omdat weigerde de naam te noemen van de “onafhankelijke accountant”, die zijn dossier had bestudeerd. Zijn advocaat deelde mee dat er geen individuele beoordelingen bestonden. De duizenden, slachtoffers van de banken waren in groepen van ongeveer gelijke samenstelling ondergebracht en vervolgens bracht het accountantskantoor een soort groepsverslag uit. Wanneer de naam of het controlerapport van een individueel slachtoffer zou worden bekendgemaakt, zouden ook alle namen van de andere benadeelde MKB ondernemers uit die groep bekend worden gemaakt en dat zou dan weer in strijd met de geheimhoudingsplicht van de accountant zijn.

Ook bleek dat de banken hun externe beoordelaars kunnen verbieden om overleg te plegen met de benadeelde MKB ondernemers. De banken hebben daarover een veto en de “onafhankelijke“ accountants zijn gedwongen om aan de leiband van hun klanten te lopen. De Autoriteit Financiële Markten bleek met dit alles te heeben ingestemd. Al eerder was uit artikelen van het Financiële Dagblad gebleken dat de AFM, ondanks breed verspreide propaganda, evenmin toezicht in de normale zin des woord op de afwikkeling van het Uniforme Herstelkader uitoefent. Ook heeft de AFM vrijwillig afstand gedaan van haar andere bevoegdheden waarmee zij de banken in het gareel had kunnen brengen.

Pieter Lakeman