De ontwikkeling van renteswaps en andere financiele derivaten

23 maart 2018. De belangrijkste rente derivaten, de renteswaps, zijn omstreeks 1985 op Wall Street ontwikkeld. Zij werden alleen door grote multinationals toegepast en hadden betrekking op honderden miljoenen dollars.  Maar nog belangrijker was dat het op zichzelf staande contracten waren. Ze waren niet gekoppeld aan banken of Algemene Bankvoorwaarden. (Dat zou later heel anders worden, met tragische gevolgen voor het MKB).

Een op zichzelf staande renteswap is een overeenkomst tussen twee partijen die een vaste rente tegen een toekomstige variabele rente (bij voorbeeld Euribor) ruilen. Multinationals waren de initiatief nemende partijen en hadden vaak jarenlange ervaring met valutaswaps. Een multinational die een rentestijging verwachtte wilde in de nabije toekomst meer vaste en minder variabele rente betalen. Een andere multinational die een rentedaling verwachtte wilde het omgekeerde: minder vaste rente en meer variabele rente betalen. Deze partijen hadden dus tegengestelde rentevisies en vonden elkaar door een  renteswap met elkaar af te sluiten. Zulke derivaten waren op zichzelf staande renteruil overeenkomsten die niet onder Algemene Bankvoorwaarden vielen. Die derivaten werden niet afgesloten als verzekering tegen renterisico’s. Integendeel: het waren contracten die uitsluitend met speculatieve bedoelingen waren opgesteld. Beide partijen speculeerden willens en wetens op basis van hun eigen subjectieve verwachtingen omtrent de toekomstige renteontwikkelingen. Die partijen hadden een vergelijkbaar kennisniveau, ervaring met valuta derivaten, en kenden de eigenschappen en risico’s van renteswaps. Dit was dus een volkomen open en eerlijke business tussen bedrijven met dezelfde know how. Er kwam geen bank aan te pas.

In de jaren ’90 begonnen vooral buitenlandse maar ook Nederlandse banken zich voor de snel uitbreidende handel in derivaten te interesseren. Zij gingen bemiddelen bij het afsluiten van renteswap tussen grote partijen. Voor die bemiddeling ontvingen de banken een duidelijk aan de klant gecommuniceerde bemiddelingsfee van enkele basispunten (een basispunt is 0,01%). Daar liepen de Nederlandse banken niet echt op binnen. Een fee van 2 basispunten op een renteswap van $ 200 miljoen bracht voor de bank slechts $ 40.000 op. Zo’n bedrag verdient de bank al snel wanneer hij aan een niet deskundige Nederlandse MKB ondernemer een renteswap verkoopt.

Eind vorige eeuw ontdekten met name Nederlandse banken dat het grote geld (meer dan 10 miljard euro) verdiend kon worden door voor eigen rekening renteswaps aan onwetende woningcorporaties en niet deskundige MKB ondernemers te verkopen. Daarover publiceren we volgende week een vervolgartikel.

Pieter Lakeman