Accountantskamer wijst tuchtklacht tegen A.H.M. van Gils af.

15 juli 2019. De Accountantskamer van de Rechtbank Zwolle heeft de klacht van Swapschade tegen A.H.M. van Gils RA, voorzitter van en PwC, afgewezen. De klacht was op 11 februari ingediend en hield in dat Van Gils niet de naam wilde verstrekken van de accountant die als “Externe Beoordelaar” had nagegaan of het aanbod aan een MKB ondernemer conform het Uniform Herstelkader was opgesteld.

Van Gils is sinds 1 juli 2018 voorzitter van de Raad van Bestuur van Holding PwC N.V. Volgens de Accountantskamer vervult hij als zodanig een beleidsbepalende functie bij PwC maar omdat hij geen bestuurder is bij de dochtermaatschappij PwC accountants N.V. kan hij volgens de Accountantskamer van de rechtbank Zwolle niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de gestelde weigering om informatie te verstrekken. De klacht dient daarom volgens de Accountantskamer ongegrond te worden verklaard.

De klacht was onder meer ingediend omdat Swapschade twijfelde aan de kundigheid en bevoegdheid van de betreffende “accountant”. Ook twijfelde Swapschade aan de stelling dat PwC überhaupt wel had gecontroleerd of het betreffende aanbod in overeenstemming was met de regels van het Uniform Herstelkader. Tijdens de op 14 juni 2019 gehouden rechtszitting bleek dat dit laatste inderdaad niet het geval was. PwC had slechts gezamenlijke oordelen over een aantal groepen aanbiedingen gegeven en niet nagegaan of het betreffende aanbod van de bank aan de eisen van het Uniform Herstelkader voldeed.

Door deze duidelijkheid is indienen van de klacht zinvol geweest voor komende civielrechtelijke schadeacties tegen PWC.

Met afwijzing van de klacht staat ten overvloede ook vast dat de voorzitter van een accountantsorganisatie niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor hetgeen door de accountantsorganisatie onder zijn toezicht en beleid wordt verricht, zelfs als hij daarvan op de hoogte is.

Pieter Lakeman